Je weer-app zegt windkracht 4. Een windsurfer op het strand zegt 15 knopen. De buienradar geeft 25 km/u. Het is drie keer dezelfde wind. Windkracht 4 op de schaal van Beaufort is 11 tot 16 knopen, of 20 tot 28 km/u. Hieronder staat de windkracht tabel met alle drie de eenheden, en daarna wat elke windkracht doet als je op een windsurfboard staat.

Windkracht tabel: Beaufort, knopen en km/u

De getallen komen van het KNMI. Een windkracht is de gemiddelde wind over tien minuten. Vlagen gaan daar overheen.

WindkrachtNaamKnopenKm/u
0stilminder dan 10-1
1zwak1-31-5
2zwak4-66-11
3matig7-1012-19
4matig11-1620-28
5vrij krachtig17-2129-38
6krachtig22-2739-49
7hard28-3350-61
8stormachtig34-4062-74
9storm41-4775-88
10zware storm48-5589-102
11zeer zware storm56-63103-117
12orkaan64 of meermeer dan 117

Windsurfers en wingfoilers praten in knopen, weer-apps vaak in Beaufort of km/u. Een knoop is 1,852 km/u. Knopen keer twee, en dan iets eraf, geeft dus ongeveer de km/u.

Wat elke windkracht betekent op het water

Dezelfde wind is voor een beginner iets anders dan voor iemand die al planeert. Zo ziet het eruit op het Valkenburgse Meer, waar het gemiddeld 3 tot 5 Beaufort waait.

Windkracht 2 à 3 op ons meer: rustig, en precies goed om iets nieuws te leren.
Windkracht 2 à 3 op ons meer: rustig, en precies goed om iets nieuws te leren.
WindkrachtAls beginnerAls gevorderde
0-1Het zeil hangt. Je oefent balans en optrekken, maar je komt nergens.Niks te halen op een windsurfboard.
2Vanaf hier kun je prima les krijgen. Het zeil trekt zacht, je leert koers houden en keren.Te weinig om te planeren. Goed voor rustig manoeuvres oefenen.
3Het mooiste leerweer. Genoeg druk om te varen en terug te komen.Trapeze leren en nieuwe dingen proberen zonder dat het zeil je de baas is.
4Stevig. Je voelt of wat je leerde al vanzelf gaat.Met een groot zeil planeer je in de vlagen.
5Te zwaar voor een eerste les. Het zeil trekt harder dan je kunt vasthouden.Planeerweer. Voetbanden, gijpen, knallen.
6Geen weer voor je eerste lessen. Alles gaat snel en je hebt weinig tijd om na te denken. Bij rustiger weer voel je minder, maar heb je die tijd wel, en dat maakt het makkelijker.Klein zeil en veel snelheid, voor wie planeren en gijpen beheerst.
7 en meerKijk vanaf de kant.Alleen voor wie het echt kan, met het kleinste zeil dat je hebt.

Gevorderde cursisten planeren op het meer al bij windkracht 4. “En wij natuurlijk zelf ook”, zegt Jip.

Is windkracht 4 hard?

Op het land niet. Het KNMI noemt het matig en omschrijft het als haar in de war en flapperende kleding. Op het water is het een andere wind. Bij 4 Beaufort trekt het zeil stevig en verschijnen de eerste witte kopjes op het meer.

Windkracht 4: witte kopjes en een zeil dat stevig trekt.
Windkracht 4: witte kopjes en een zeil dat stevig trekt.

Voor een beginner is windkracht 4 de bovenkant van wat je wilt. Je kunt het, maar elke fout wordt direct bestraft met een val. Voor een gevorderde is het de ondergrens van de pret. Op zee beginnen windsporters vanaf 12 tot 15 knopen, en de echte actie komt rond 18 knopen, dat is windkracht 5.

Windkracht 5: het omslagpunt

Windkracht 5 is 17 tot 21 knopen, of 29 tot 38 km/u. Het KNMI noemt het vrij krachtig en schrijft erbij: gekuifde golven op meren en kanalen. Op het Valkenburgse Meer merk je het al bij het optrekken: het zeil vangt wind terwijl je het nog uit het water haalt. Staat het eenmaal, dan trekt het harder dan een beginner kan houden. Je laat los, je valt, en elke keer dat je terugklimt, ben je een stukje verder afgedreven.

Voor wie in de trapeze hangt, is dit de wind waarop het board makkelijk loskomt. Hoe je daar komt, lees je in trapeze, planeren en gijpen.

Hoe de school met de wind omgaat

Vanaf windkracht 2 kan er goed lesgegeven worden, zegt Jip. En helemaal windstil is het bijna nooit. Is het dat toch, dan wordt een introductieles verplaatst. Lessen uit een reeks gaan wel door, want op de kant valt ook veel te leren.

Gaat het tijdens een les harder waaien, dan houden de instructeurs de wind in de gaten en checken ze of het veilig is. Wegkruipen is niet het idee. “Ergens is het ook de strijd met de natuur, en die wil je aangaan”, zegt Jip. Cursisten leren ook dat je niet altijd van de natuur wint, “en dat is ook mooi”.

Een no-GO hangt niet aan één getal. Boven windkracht 6 wordt het taai. Bij onweer gaat het nooit door, al is onweer lastiger te voorspellen. En de windrichting telt mee. Op het meer werkt wind van zuidwest tot en met noord, en west tot noord is het best. Oostenwind is lastiger, zeker voor een wingles: dan moet het hard waaien voordat er op het meer een beetje goede wind staat.

Voor je eerste les hoef je dit niet zelf te beslissen. De avond ervoor krijg je een mail met een GO of een no-GO. Wat er daarna gebeurt, staat in je eerste windsurfles.

Ezelsbruggetje: van knopen naar Beaufort

Een veelgebruikt ezelsbruggetje: tel 5 op bij de knopen en deel door 5. Andersom: windkracht keer 5, min 5.

  • 15 knopen: 15 + 5 = 20, gedeeld door 5 is windkracht 4.
  • Windkracht 3: 3 x 5 = 15, min 5 is 10 knopen.

Het is een benadering. Midden in een windkracht klopt hij met de tabel van het KNMI, rond de grenzen zit je er soms één naast. 17 knopen geeft volgens de som 4,4, terwijl het KNMI het al windkracht 5 noemt. En 40 knopen geeft 9, waar het KNMI nog 8 zegt. Voor de vraag of je vandaag het water op gaat, is het genoeg.

Wil je de wind herkennen zonder rekenen, kijk dan bij het KNMI. Daar zie je per windkracht hoe hij heet en hoe je hem herkent. Windkracht 3 heet matig: stof waait op. Bij windkracht 5, vrij krachtig, zie je gekuifde golven op meren en kanalen.

Waarom de app niet alles zegt

Een voorspelling is een gemiddelde voor een gebied. Het meer heeft windgaten en vlagen: plekken waar het minder hard waait dan de voorspelling doet vermoeden. De windvoorspelling op de site laat zien wat er aan het meer verwacht wordt. Of het klopt, zie je vanaf de kant: witte kopjes, hoe hard de zeilen gaan en of er iemand planeert.

De app geeft een getal. Vanaf de kant zie je of het echt waait.
De app geeft een getal. Vanaf de kant zie je of het echt waait.

Na je lessen ben jij degene die kiest. Ga de eerste keren in de verhuur het water op bij 2 tot 3 Beaufort. Bij 4 test je wat je kunt. Bij 5 kijk je nog even mee vanaf de kant. Hoe lang het duurt voor jij bij 5 zelf gaat, lees je in windsurfen leren.

Vragen over de wind voor je les van morgen? Bel of mail de school, of kijk bij de windsurflessen.

Jip

Jip Philippi is eigenaar van GearFreak Surfschool en geeft sinds 2012 les op het Valkenburgse Meer. Hij begon met een bus vol windsurfmateriaal aan de oever, liep in 2008 stage bij Hotsails Maui en is opgeleid als industrieel productontwerper en docent. Techniek uitleggen en mensen het water op krijgen: dat is zijn vak.