Je eerste middag met een wing zit erop. Je onderarmen branden, je hebt vooral op je knieën gezeten, en verderop op het Valkenburgse Meer kwam iemand geruisloos voorbij, boven het water. Wingfoilen leren gaat in vier fases: knielen, staan, loskomen en vliegen. De eerste twee gaan snel. Het loskomen kost de meeste tijd. Reken dus niet in weekenden, maar in uren op het water met genoeg wind.

Hoe lang duurt wingfoilen leren?

Niemand kan je vooraf zeggen of het drie lessen worden of tien. Dat hangt af van de wind, van hoeveel je tussendoor oefent en van wat je al kunt. Het verloop is wel voor iedereen hetzelfde. Knielen, staan, keren en terugkomen waar je begon: dat heb je binnen een paar lessen te pakken. Daarna komt het loskomen, en daar zit het grootste deel van je leertijd. Jip ziet de eerste echte vlucht meestal rond de vijfde les komen.

Is wingfoilen moeilijk?

De eerste stap valt mee. Je begint op een groot board dat je vergeeft dat je nog niks weet, op een meer zonder golven en stroming. Het startpunt ligt bij de zwemboeien, waar je nog kunt staan. Van daaruit ga je het diepe in.

Helm op en het water in. Een wingles begint altijd met een groot, stabiel board.
Helm op en het water in. Een wingles begint altijd met een groot, stabiel board.

Moeilijk wordt het als de foil het board optilt. Je voorste voet houdt de foil laag, je achterste bepaalt de hoek, je handen houden de wing in de wind en je ogen moeten vooruit. Tot dat moment deed het water het werk. Nu doe jij het, allemaal tegelijk.

Je gaat dus vallen, vaak. Jip is daar nuchter over: “Als je niet valt, ben je ook niet uit je comfortzone gegaan. Vallen hoort er absoluut bij.” Belangrijker dan hoe vaak je valt, is dat je elke sessie iets lukt.

Fase 1 en 2: wingsurfen leren zonder foil

Knielen

Je begint aan de kant. Pak de wing aan het handvat op de voorkant en laat hem boven je hoofd in de wind hangen. Zo staat hij neutraal: hij trekt niet en je hoeft niks. Dat is je rustpunt, ook later als je vliegt.

Balans haal je uit de wing, niet uit het board. Dat leer je hier eerst.
Balans haal je uit de wing, niet uit het board. Dat leer je hier eerst.

Op het water ga je op je knieën op een groot board zitten, zonder foil eronder. Voorste hand op het voorste handvat, en dan trek je met je achterste hand de wing aan. Het board gaat varen. Laat je achterste hand vieren, dan stop je. Houd de voorkant van de wing omhoog, anders raakt de tip het water en draait hij weg.

Door als je vanaf je knieën beide kanten op vaart en de wing weer neutraal krijgt zonder dat hij het water raakt.

Staan

Zet de wing neutraal boven je hoofd, en pas dan komen je voeten. Eén voor één, op de middenlijn, ongeveer waar je knieën zaten. Knieën gebogen, blik vooruit. Pas als je staat, trek je de wing weer aan. Geef je eerder kracht, dan trekt hij je eraf.

Je balans haal je daarbij uit de wing, niet uit het board. “Al je reflexen moeten erop gericht zijn om balans uit de wing te halen”, zegt Jip.

Door als je staand een stuk rechtdoor vaart, stopt en weer terugvaart zonder dat opstaan elke keer een gevecht is.

Fase 3 en 4: loskomen en vliegen

Loskomen

Nu zit er een foil onder een kleiner board, en die wil omhoog zodra je snelheid hebt. Die snelheid maak je zelf. Val iets af, zodat je wat meer voor de wind vaart, en pomp de wing een paar keer stevig. Eerst versnellen, niet meteen vliegen. Je werkt ook niet aan loskomen, maar aan gecontroleerd loskomen: je moet de neus altijd weer omlaag kunnen duwen. Sta daarbij als op schaatsen. “Absoluut niet hangen”, zegt Jip, “anders glijden je voeten weg.”

Rond de vijfde les gebeurt het: gecontroleerd loskomen en vliegen.
Rond de vijfde les gebeurt het: gecontroleerd loskomen en vliegen.

Daarna gaat het vaak mis op twee manieren. Het board schiet door tot de voorvleugel boven water komt, en je ligt erin. Of je schrikt, drukt hard op je voorste voet en de neus prikt in het water. Zet je gewicht rustig naar voren zodra je voelt dat het board stijgt, niet met een ruk.

Val weg van de foil, opzij of naar achteren, en nooit over de neus heen. Laat de wing los, hij blijft aan zijn leash. In de les draag je een helm en een impactvest, en in deze fase snap je waarom. Ook in de verhuur kun je er een impactvest bij krijgen.

Vliegen

Je bent los en je blijft los. Houd het board op een vaste hoogte, met de mast ongeveer half in het water. Zodra je vliegt, heb je minder kracht uit de wing nodig dan om los te komen. Laat dus wat vieren, anders ga je steeds harder en eindig je alsnog in het water. Kijk ver vooruit: je board gaat waar je ogen gaan.

Klaar ben je als je een rechte lijn vliegt van de ene kant van het Valkenburgse Meer naar de andere. Daarna begint het echte sturen: bochten en vliegend terugkomen.

Wat het sneller laat gaan

  • Wind die meewerkt. Een foil komt pas los als het board snelheid heeft, en die snelheid komt uit de wing. Met heel weinig wind leer je de wing kennen, maar vlieg je niet. Met een goede windkracht 3 lukt het loskomen. Het meer heeft gemiddeld 3 tot 5 Beaufort, en de avond voor je les krijg je een GO of no-GO per mail.
  • De goede windrichting. Van zuidwest tot en met noord werkt het meer, west tot noord is het best. Bij oostenwind moet het hard waaien voordat er genoeg wind staat voor een wingles.
  • Uren tussen de lessen. In de les leer je een nieuwe beweging, alleen oefenen maakt hem automatisch. De verhuur van de school volgt dezelfde fases: een sup met wing om te beginnen, daarna een softtop met een foil van 1700 cm² of groter.
  • Lessen dicht op elkaar. Drie lessen in twee weken bouwen op elkaar voort. Verspreid over een zomer begint elke les een beetje opnieuw.
  • Een foil die groot genoeg is. Jip ziet beginners te vaak een kleine foil kopen terwijl ze nog niet vliegen. Leren gaat op 1700 tot 2400 cm². Die tilt het board al bij lage snelheid op en blijft rustig. Welk materiaal bij welke fase past, staat in de GearGuide over wingfoil kopen.

Wat níet helpt: fases overslaan met kleiner materiaal. Een klein board en een kleine foil voelen sneller, maar je valt vaker en je vliegt later. Pas als je elke sessie een paar keer los bent en weet waarom je weer landde, heeft kleiner zin. Hoe de foil onder je board werkt, staat in wat is foilen, en de sport zelf in wat is wingfoilen.

Hoe de school de fases in lessen verdeelt, staat bij de wingfoilles. Weet je niet waar je instapt? Bel of mail de school en vertel wat je al kunt.

Jip

Jip Philippi is eigenaar van GearFreak Surfschool en geeft sinds 2012 les op het Valkenburgse Meer. Hij begon met een bus vol windsurfmateriaal aan de oever, liep in 2008 stage bij Hotsails Maui en is opgeleid als industrieel productontwerper en docent. Techniek uitleggen en mensen het water op krijgen: dat is zijn vak.