Je staat aan de kant van het Valkenburgse Meer met een beker koffie. Op het water gaan een stuk of tien zeilen heen en weer, en een daarvan is van je dochter. Tussen de tweede en de derde slok denk je: waarom sta ik daar niet zelf? En meteen daarna: daar ben ik te oud voor. Dat ben je niet. Leren windsurfen als volwassene is heel gewoon. De meeste cursisten in een startcursus zijn tussen de 25 en de 55, en de oudste die Jip het ooit leerde, was 74.
De cursist van 74
Het ging “helemaal prima”, zegt Jip. Met een kanttekening: die cursist had vroeger stiekem al wat ervaring. Maar het punt staat. Op de lespagina staat een minimumleeftijd, 10 jaar voor de groepslessen. Een maximum staat er niet, en dat is geen vergissing.
Wat er wel tussen jou en een eerste les staat, zijn een paar gedachten. Vier ervan komen steeds terug.
“Daar ben ik niet sterk genoeg voor”
Windsurfen draait om balans en timing, niet om spierballen. Het zeil trek je uit het water met je benen en een rechte rug. Staat het eenmaal, dan hangt het aan de wind en niet aan jouw armen. Wat een twintiger voorsprong geeft, is kracht in combinatie met motoriek: op die leeftijd zijn ze allebei optimaal. Een vijftiger die het met zijn gewicht doet, houdt toch de hele les vol.

Het materiaal helpt mee. De beginnerset in de verhuur is een zwaardboard met een beginnerzeil: veel volume onder je voeten, weinig gewicht in je handen. Conditie bouw je onderweg op.
“Mijn rug, knieën of schouders werken niet meer mee”
Hier moet je eerlijk zijn, tegen jezelf en tegen je instructeur. Het zeil ophalen is de zwaarste beweging van je eerste les, en je doet hem vaak.
Heb je klachten, dan krijg je kleine, lichte zeilen. Minder doek betekent minder trek, dus minder belasting op je rug en schouders. En dan, in Jips woorden: “techniek, techniek, techniek.” Haal het zeil op met je benen en hang er met gestrekte armen aan. Dan belast je je gewrichten veel minder dan wie trekt en klemt.
Meld een klacht vooraf, als je boekt of als je belt. Wil je dat iemand alleen op jou let, begin dan met een privéles. Dan stopt de instructeur als het genoeg is en past hij het tempo aan op jou.
“Straks sta ik tussen twintigers en kinderen”
Een gemiddelde startcursus is een groep van 25 tot 55. Je bent dus eerder de gewone cursist dan de uitzondering. De jeugd van 10 tot 18 heeft eigen cursussen en kampen, zonder volwassenen erbij.

Twintigers leren het wel sneller. “Giga snel”, zegt Jip. Ze proberen, vallen, proberen opnieuw en luisteren ondertussen naar de uitleg. Wie ouder is, vindt vallen vaak vervelender. Daar staat tegenover dat oudere cursisten meestal lagere verwachtingen hebben, en dat werkt in je voordeel. De school houdt er rekening mee bij het materiaal dat je krijgt.
Wil je juist samen met je kind? Vanaf 10 jaar mag een kind meedoen in de groepslessen. De school splitst kinderen en volwassenen het liefst, maar als het niet anders kan, lessen jullie samen. Dat is misschien het antwoord op die beker koffie aan de kant.
“Ik heb het in de jaren tachtig gedaan, dat telt niet meer”
Het telt wel. Balans en windgevoel zijn niet weg, ze zijn alleen roestig. Wat wel veranderd is, is het materiaal, en daarmee de krachtenverdeling. Vroeger hing je aan grote, zware zeilen op een board met een grote waterlijn. Nu is het materiaal licht, efficiënt en stabiel, en draait alles om voorwaartse snelheid en planeren.
Jip kent de verhalen van vroeger: de heenweg ging prima, en dan “in het riet, en terug zwemmen”. Zo geeft de school nu juist niet les. Karin uit Oegstgeest stapte na jaren weer op en schreef daarna op de site:
De moderne boards met veel volume maken het instappen verrassend makkelijk.
Neem als herintreder eerst één les voordat je zelf gaat huren. Na twee uur weet je wat er nog zit. Daarna kun je in de verhuur verder op je eigen tempo.
Windsurfen leren op latere leeftijd: zo begin je
Begin in de zomer. Vanaf eind juni volstaat een 3/2-wetsuit, en hoe warmer het water, hoe minder je bij elke val aan kou denkt. Het wetsuit krijg je bij de les. Zelf neem je zwemkleding en een handdoek mee.
Kies daarna je vorm. Een groep past als je gezelschap fijn vindt en wilt zien dat de anderen ook vallen. In de startcursus ga je in vier lessen samen van wiebelig naar het hele meer rond. Hoe het daarna verder gaat, lees je in windsurfen leren: hoe lang duurt het.
Het weer hoef je niet zelf te lezen. De avond voor je eerste les krijg je per mail een GO of een no-GO. Wat er op die eerste dag gebeurt, staat in je eerste windsurfles.
Wil je eerst even overleggen, bijvoorbeeld over een klacht? Bel of mail de school.



