Je staat voor de derde keer op het board. Je trekt het zeil uit het water, voelt de wind erin vallen en ligt twee tellen later naast je plank. Op dat moment wil je één ding weten: hoe lang duurt windsurfen leren eigenlijk? Varen lukt op dag één. Zelfstandig het hele meer rond kost vier lessen. Planeren, het moment dat je board over het water gaat glijden, kost een seizoen. Moeilijk is vooral het eerste uur.

Is windsurfen moeilijk?

Het eerste uur wel. Je doet drie dingen tegelijk die je nog nooit hebt gedaan: staan op iets dat beweegt, een zeil vasthouden dat trekt en voelen waar de wind vandaan komt. Dat gaat de eerste keren mis, en dat hoort zo.

Wat het makkelijker maakt dan het lijkt: windsurfen draait om balans en timing, niet om kracht. Het zeil trek je uit het water met je benen en een rechte rug. Staat het eenmaal, dan hangt het aan de wind en niet aan jouw armen. Wie het met spierkracht probeert, is na een halfuur op. Wie het met zijn gewicht leert, houdt de hele les vol.

De plek helpt ook. Het Valkenburgse Meer is afgesloten water, zonder golven en zonder stroming. Val je, dan klim je terug op een board dat nergens naartoe gaat. Vallen hoort erbij. Wat telt, is dat je elke poging een paar meter verder komt.

Les één: je vaart

In je eerste les leer je het zeil optrekken, je balans vinden en je eerste meters maken. Je krijgt een breed board en een klein zeil. Na twee uur weet je hoe het voelt als de wind het zeil pakt en je ineens beweegt. Draaien heb je op de kant al geoefend. Na afloop zeggen cursisten het vaakst dat ze niet hadden gedacht dat ze al heen en weer zouden kunnen surfen. Hoe die eerste dag verloopt en wat je meeneemt, staat in het stuk over je eerste windsurfles.

Les één op ons meer: ondiep water, instructeur ernaast, en toch al varen.
Les één op ons meer: ondiep water, instructeur ernaast, en toch al varen.

Hoeveel lessen heb je nodig?

Reken op vier om zelfstandig te windsurfen. Dat is ook hoe de startcursus is opgebouwd: wiebelig in de eerste les, na de vierde een rondje over het hele meer. Dan kun je koers houden, keren en terugvaren naar het strand waar je begon. Dat is de grens tussen iets geprobeerd hebben en kunnen windsurfen.

Dat je ineens zelf koers houdt, komt meestal eerder dan die vierde les. “Vaak klikt het al in les één”, zegt Jip. Bij wie het dan nog niet klikt, gebeurt het in les twee of drie.

Die vier lessen achter elkaar, dag na dag, kan alleen in de zomervakantie. De rest van het jaar zit er tijd tussen. Dat is geen nadeel. Een beweging zit pas echt als je hem een week later, bij andere wind, opnieuw vindt.

En daarna? Mag je dan meteen zelf? “Ja hoor”, zegt Jip. Na de startcursus kun je in de verhuur een beginnerset huren: een zwaardboard met een beginnerzeil. Veel volume onder je voeten, weinig gewicht in je handen.

Windsurfen leren in een weekend?

Voor een deel kan het. In twee dagen leer je staan, draaien en heen en weer varen. Dan moet het wel meewerken. Vanaf windkracht 2 kun je prima les krijgen, 3 is het mooiste leerweer. Bij 5 trekt het zeil harder dan je als beginner kunt vasthouden. Wat die getallen op het water betekenen, lees je in windkracht uitgelegd.

Wat een weekend je niet geeft, is die herhaling op een andere dag. Twee dagen achter elkaar voelen als veel, maar een week ertussen brengt je verder.

Na een seizoen: planeren

Planeren is waar de meeste mensen van dromen als ze aan windsurfen denken. Het board ploegt niet meer door het water maar glijdt eroverheen, en je gaat ineens twee keer zo hard. Dat kan zonder trapeze, maar met een trapeze gaat het veel makkelijker, en daarna komen de voetbanden. Je hebt er ook meer wind voor nodig dan in je eerste les.

Hier werk je een seizoen naartoe: planeren, met schuim achter je board.
Hier werk je een seizoen naartoe: planeren, met schuim achter je board.

Jip rekent van startcursus tot planeren op een seizoen van 18 lessen. “Dan zit er altijd wel een goede dag tussen.” Na een aantal lessen bij harde wind gebeurt het: je planeert. Hoe snel dat gaat, hangt voor een deel af van de zomer die je krijgt. Een seizoen met veel dagen van 4 Beaufort brengt je verder dan een seizoen vol flauwe wind.

Die 18 lessen kun je in een seizoenscursus met een vaste groep doen, of door zelf te huren en een les te nemen op wat niet lukt. In welke volgorde het gaat, staat in trapeze, planeren en gijpen.

Wat het sneller maakt

  • Ga elke week. Een week tussen twee sessies is goed, een paar maanden niet. Een vaste dag in je agenda helpt meer dan een goed voornemen.
  • Huur tussen de lessen door. Een uur in de verhuur is een uur herhaling op je eigen tempo.
  • Leer nieuwe dingen bij rustige wind. Oefen een beweging bij 2 tot 3 Beaufort en test hem bij 4. Wie iets nieuws probeert op de dag dat iedereen aan het knallen is, ligt vooral in het water.
  • Koop pas later. Jips advies aan elke beginner: eerst lessen en huren, daarna kopen. Wat je dan nodig hebt, staat in de GearGuide over windsurfboards.

Begin je pas op je vijftigste? Dat kan prima. Waar je dan op let, lees je in windsurfen leren als volwassene.

Vragen over waar jij het beste kunt beginnen? Bel of mail de school.

Jip

Jip Philippi is eigenaar van GearFreak Surfschool en geeft sinds 2012 les op het Valkenburgse Meer. Hij begon met een bus vol windsurfmateriaal aan de oever, liep in 2008 stage bij Hotsails Maui en is opgeleid als industrieel productontwerper en docent. Techniek uitleggen en mensen het water op krijgen: dat is zijn vak.