Je kunt het meer over. Bij windkracht 3 vaar je van oever naar oever, je keert en je komt terug. Dan waait het een keer 5 en schiet er iemand langs met zijn voeten in de banden. Jij hangt aan de giek en na tien minuten branden je onderarmen. Wat die ander doet, leer je in vier stappen: trapeze windsurfen, planeren, voetbanden en gijpen. In die volgorde, want elke stap heeft de vorige nodig.
De leerweg in één tabel
| Stap | Wind | Je bent klaar als |
|---|---|---|
| 1. Trapeze | 3 Beaufort | je ingehaakt een hele slag vaart en je handen even los kunt laten |
| 2. Planeren | 4 tot 5 Beaufort | het board in een vlaag loskomt en je die snelheid een paar seconden houdt |
| 3. Voetbanden | 4 tot 5, planerend | je allebei je voeten in de banden krijgt zonder te kijken |
| 4. Powergijp | 4 tot 5, planerend | je planerend de bocht in gaat en er planerend uit komt |
Leer iets nieuws bij rustige wind en test het bij 4 of harder. Wat die windkrachten in knopen zijn, staat in windkracht uitgelegd.
Reken op een seizoen. Jip rekent van startcursus tot planeren op 18 lessen. “Dan zit er altijd wel een goede dag tussen.” Na een aantal lessen bij harde wind gebeurt het: je planeert.
Stap 1: trapeze windsurfen
De trapeze haalt de kracht uit je armen. Zonder houd je het zeil bij 5 Beaufort een paar minuten vast, en dat is te kort om te leren planeren. Leer hem bij 3, op een dag dat je het zeil ook zonder trapeze kunt houden.

Lijnen afstellen. Zet de trapezelijnen zo dat je handen er ongeveer even ver voor als achter zitten. Trekt je achterhand harder, schuif ze een paar centimeter naar achteren. Trekt je voorhand harder, naar voren. Je armen zijn licht gebogen als je ingehaakt hangt.
Inhaken en hangen. Trek de giek een stukje naar je toe, breng je heupen naar voren en laat de lijn in de haak vallen. Kijk vooruit, niet naar de haak. Zet de mast rechtop en draai hem in, zodat het zeil je naar voren trekt, in de richting waarin je voeten uit elkaar staan. Zo sta je stabiel. Test het: laat een seconde je achterhand los, dan je voorhand.
De fout die Jip het vaakst ziet: een hangende mast en de billen naar achteren. Dan werkt de kracht van het zeil opzij in plaats van naar voren, en verlies je precies de stabiliteit die de trapeze je moet geven. Houd de mast rechtop en je heupen naar voren.
Stap 2: planeren
Planeren is het moment dat het board ophoudt door het water te ploegen en eroverheen gaat glijden. Het geluid verandert en je gaat ineens twee keer zo hard. Daarvoor heb je 4 tot 5 Beaufort nodig, en een board dat kleiner is dan het brede lesboard. Dat kun je huren. Welk board bij je gewicht past als je later koopt, staat in de GearGuide over windsurfboards.

- Val af naar halve wind of iets ruimer. Aan de wind planeren lukt pas later, als je het ruim onder de knie hebt.
- Haak in. Daar was stap 1 voor.
- Zwaard omhoog als je board er een heeft. Anders kantelt het board op snelheid.
- Voorste voet net achter de mastvoet, achterste voet een stuk naar achteren.
- Komt de vlaag, trek het zeil aan met je achterhand en druk via de trapeze op de mastvoet. Blijf laag.
- Pas als het board loskomt, schuif je je voeten verder naar achteren.
De fout die iedereen maakt: te vroeg naar achteren. Sta je al op de achterkant voordat het board glijdt, dan zakt die weg en rem je af. De tweede: het zeil openen in de vlaag. Dat voelt veilig, maar het is precies de kracht die je nodig hebt.
Stap 3: voetbanden
De banden geven je controle op snelheid, niet de snelheid zelf. Sta je erin terwijl het board nog ploegt, dan drukt je gewicht de achterkant omlaag en rem je af.

Zet ze in de binnenste, voorste posities en stel ze zo af dat de band halverwege je wreef zit. “Hoe makkelijker erin, hoe makkelijker eruit”, zegt Jip. “En bij een valpartij wil je er absoluut makkelijk uit.” Eerst je voorste voet, dan je achterste. Zoek de band met je voet, niet met je ogen, want wie naar beneden kijkt, buigt voorover. Houd de eerste sessies alleen je voorste voet in de band.
Tussendoor leer je de beachstart. Hoe kleiner je board, hoe lastiger het optrekkoord. Op het Valkenburgse Meer kun je langs de zwemboeien lang staan, dus je oefent hem elke sessie aan het begin en het eind.
Stap 4: gijpen
Overstag en de gewone gijp leer je al in de basis. Oefen de gijp bij 2 tot 3 Beaufort, bij elke oever. Valt het board niet af, kantel het zeil verder naar voren en naar de windkant. Wissel eerst je voeten, en laat dan pas het zeil omslaan.
De powergijp is dezelfde draai, maar planerend. Je stuurt niet meer met het zeil, maar met de rand van het board.
- Kom op volle snelheid, halve wind of iets ruimer, en haak uit.
- Haal je achterste voet uit de band en zet hem op de rand aan de binnenkant van de bocht.
- Buig je knieën, gewicht naar voren, druk de rand in.
- Kijk naar de plek waar je uit de bocht wilt komen.
- Wissel je voeten. De voetwissel komt altijd eerst.
- Laat dan pas het zeil omslaan.
- Pak de nieuwe giek dicht bij de mast, trek aan en blijf planeren.
Stopt het board halverwege, dan zat je gewicht op de achterkant of begon je te langzaam. Val je naar binnen, dan leunde je met je schouders in plaats van door je knieën te gaan. Oefen zo: carve de bocht tot voor de wind, wissel je voeten en vaar daar drie seconden door met het zeil nog aan de oude kant.
Vlak water helpt hier. Op het meer tilt geen golf je board halverwege de bocht op. Kies een dag met wind uit het westen tot het noorden, want daar werkt het meer het best. Kruis eerst op, en gebruik dan het hele meer voor twintig gijpen.
Alleen of met iemand erbij
Je kunt alles zelf oefenen, maar de fouten hierboven zie je niet terwijl je ze maakt. Iemand die meekijkt, wel. Dat kan wekelijks in een seizoenscursus, of in een losse privéles op het ene ding waar je op vastzit. Waar je in het hele leertraject staat, lees je in windsurfen leren.
Vragen over welke stap bij jou past? Bel of mail de school.



