Kan een school met een klas gaan windsurfen? Ja. Leerlingen delen per groepje een windsurfset en wisselen af, zodat een hele klas tegelijk op het water kan. Windsurfen in een groep kan vanaf 10 jaar, dus vanaf groep 7 of 8 van de basisschool. Met een hele jaarlaag op een sportdag zet je windsurfen naast activiteiten die geen wind nodig hebben, op het water en op de kant.

Jip Philippi weet hoe het aan jouw kant van de planning voelt. Hij was docent op een middelbare school toen hij in 2012 in zijn vrije tijd windsurfles begon te geven, vanuit een bus aan het Valkenburgse Meer. Het meer ligt tussen Leiden en Katwijk, is afgesloten en heeft geen stroming en geen golven. Dat maakt het overzichtelijk met dertig leerlingen op het water.

Surfen op school: hoe een windsurfles met een klas werkt

Een klas krijgt geen set per leerling. Ze delen, en dat werkt beter dan je zou denken. Wie op de plank staat, krijgt aanwijzingen van de instructeur én van de klasgenoot die net heeft gevaren. Leerlingen leggen het elkaar uit in hun eigen taal.

Een klas op de kant: eerst uitleg, dan met het hele team het water op.
Een klas op de kant: eerst uitleg, dan met het hele team het water op.

Er wordt gevallen, veel. Voor Jip hoort dat erbij. “Als je niet valt, ben je ook niet uit je comfortzone gegaan.” Hoe vaak iemand valt, hangt van de persoon af. Waar hij op let, is of een leerling succes heeft, want meters maak je sowieso. Succes en plezier gaan voor hem voor alles.

Voor de wind hoef je niet bang te zijn. Vanaf windkracht 2 kan er prima les gegeven worden, en gemiddeld waait het op het meer 3 tot 5 Beaufort. Het is bijna nooit echt windstil. Welke activiteiten er voor een klas zijn, staat op de pagina schoolsport.

Welke schooldag organiseer je?

GelegenheidLeerlingenDuurOpzet
Sportklas, LO-les of klassenuitje10 tot 301 tot 2 uuréén activiteit voor de hele klas
Sportdag50 tot 1502 tot 6 uurmeerdere activiteiten naast elkaar

Een sportklas of een LO-blok

Kom je vaker, bijvoorbeeld drie keer in een blok, dan bouwen leerlingen echt iets op. Plan de lessen dicht op elkaar, zodat wat ze de eerste keer leerden de tweede keer nog in hun lijf zit. Bij gewone lesseries gaat een les bij windstilte door, want op de kant valt ook veel te leren. Hoe het leerpad er voor een losse leerling uitziet, staat bij de windsurfles.

Introductiedagen voor de brugklas

Hier gaat het om samenwerken met mensen die je nog niet kent. Daar is de MEGAsup voor gemaakt: een groep op één reuzenboard die alleen vooruitkomt als iedereen tegelijk peddelt. Valt er iemand uit het ritme, dan roept de groep “man overboord” en klimt hij er weer op. De timing zit mee. In augustus mat het Hoogheemraadschap van Rijnland tussen 2020 en 2025 bij het zwemstrand van het meer 17,5 tot 23,5 graden. Meer per maand lees je in watertemperatuur per maand.

Een eindejaarsuitje

Voor één klas werkt windsurfen met gedeelde sets als de klas actie wil. Suppen is de rustigere keuze. Het kan vanaf 8 jaar en heeft geen wind nodig, dus je krijgt iedereen mee.

Sportdag activiteiten op en aan het water

Met 150 leerlingen draai je meerdere activiteiten naast elkaar, want elke activiteit heeft een maximum. Een mix van water en kant zorgt dat niemand staat te wachten.

Beachvolleybal naast het water: zo rouleert een sportdag bij ons.
Beachvolleybal naast het water: zo rouleert een sportdag bij ons.
  • Windsurfen met gedeelde sets, voor de groep die actie wil.
  • Suppen, ook bij windstilte. Een race als afsluiter kan altijd.
  • MEGAsup, met ongeveer 8 tot 10 mensen op één board. Een klas van 28 gaat dus nooit in zijn geheel.
  • Bamboebouwen op de kant: teams bouwen onder tijdsdruk de meest succesvolle constructie, en onder druk is dat juist lastiger. Past bij grote aantallen.
  • Beachvolleybal in het zand aan de rand van het meer.
  • Longboarden, eerst remmen en dan bochten, met volledige bescherming.

Een overzicht van wat er voor sportdagen en andere groepen is, staat op de pagina groepen.

Op een sportdag met 150 leerlingen rouleren de groepen, en dat gebeurt graag: van het water naar de kant en weer terug. Hoe lang elk onderdeel duurt, hangt af van wat de school wil en van de activiteit, van drie kwartier tot anderhalf uur.

Leerlingen die niet het water op kunnen of willen

Zwemvaardigheid is verplicht voor alles op het water. Ouders geven aan dat hun kind kan zwemmen en zijn daar verantwoordelijk voor. Minimaal zwemdiploma A, liever meer. Reken op leerlingen zonder diploma, met gips of met angst voor open water. Plan ze niet als toeschouwer in. Bamboebouwen, beachvolleybal en longboarden gebeuren op de kant en tellen gewoon mee. Op een sportdag deel je zo’n leerling in bij een groep die op het zand begint. Hoe de leeftijdsgrenzen per sport liggen, lees je in vanaf welke leeftijd windsurfen.

Regel dit vooraf

  1. Zwemvaardigheid. Laat ouders op het toestemmingsformulier aangeven dat hun kind kan zwemmen en welk diploma het heeft, minimaal A. Doe dat voordat je de bus bestelt, niet op de steiger.
  2. Begeleiding. Spreek af hoeveel collega’s meegaan en wat zij doen terwijl de instructeurs lesgeven. De school deelt de instructeurs in per set, en hoeveel sets het worden, hangt af van het weer. Bij windsurfen heeft één instructeur 6 tot 7 sets, met gedeelde sets ongeveer 15 leerlingen. Bij suppen gaat één instructeur mee met 15 boards.
  3. Kleding. Laat leerlingen zwemkleding, een handdoek, waterschoenen of oude sneakers en een warme trui voor na afloop meenemen. Er zijn kleedkamers, maar geen douches: na het water trekken leerlingen meteen droge kleren aan.
  4. Plan B. Suppen kan bij windstilte, maar bij onweer gaat niemand het water op. Onweert of stormt het, dan wordt de dag verzet. Houd daarom een tweede datum vrij in de jaarplanning.
  5. Vervoer. Het meer ligt aan de A44, afslag 8b. Parkeren is gratis.

Wil je eerst je programma doorspreken? Bel of mail de school.

Jip

Jip Philippi is eigenaar van GearFreak Surfschool en geeft sinds 2012 les op het Valkenburgse Meer. Hij begon met een bus vol windsurfmateriaal aan de oever, liep in 2008 stage bij Hotsails Maui en is opgeleid als industrieel productontwerper en docent. Techniek uitleggen en mensen het water op krijgen: dat is zijn vak.