Je dochter is negen. Ze heeft deze zomer vanaf de kant van het Valkenburgse Meer de windsurfers zien gaan en wil nu ook. Vanaf welke leeftijd kan windsurfen? In een groep vanaf 10 jaar, in een privéles al vanaf 8. Suppen kan ook vanaf 8, wingfoilen vanaf 12 en eFoilen vanaf 16. Hieronder lees je per sport waarom de grens daar ligt, en wat naast de leeftijd telt: zwemmen, begeleiding en kou.
Jip Philippi geeft sinds 2012 les op dit meer en is zelf vader. De school legt de grenzen op drie dingen: welk materiaal er voor kinderen is, hoe moeilijk de sport is en veiligheid. Bij de moeilijkheid kijkt Jip vooral naar succes. Een kind moet in elke les iets voelen lukken. Dat is voor hem prioriteit nummer 1, samen met plezier.
De leeftijden per sport
| Sport | Vanaf | Waarom daar |
|---|---|---|
| Suppen | 8 jaar | Breed board, je kind bepaalt zelf het tempo |
| Windsurfen, privéles | 8 jaar | Eén instructeur die alleen op jouw kind let |
| Windsurfen in een groep | 10 jaar | Je kind doet meer zelf, ook het zeil uit het water halen |
| Wingfoilen | 12 jaar | Wing en foilboard tegelijk besturen |
| eFoilen | 16 jaar | Snelheid uit een motor, met het gas in de hand |
Voor elke sport geldt: je kind moet kunnen zwemmen, met minimaal zwemdiploma A. Dat is verplicht, bij elke les.
Windsurfen voor kinderen: privé vanaf 8, in een groep vanaf 10
Windsurfen draait om balans en timing, niet om spierballen. Alleen het zeil uit het water halen is zwaar voor een klein kind: een zeil dat plat op het water ligt, komt niet vanzelf omhoog.

Gewicht speelt ook mee. Een kind van 25 kilo heeft minder tegenwicht dan een van 40, dus een vlaag trekt harder aan een licht kind. Daarom leert een kind op een klein, licht zeil. In een privéles staat de instructeur ernaast, helpt bij het ophalen en past het tempo aan. In een groep moet je kind meer zelf, want de instructeur is ook bij de anderen. Daarom ligt de groepsgrens op 10, en is voor een kind van 8 of 9 een privéles de weg naar de windsurfles.
Vanaf 10 kan je kind in een jeugdgroep met leeftijdsgenoten, zonder volwassenen ertussen, of een week op zomerkamp. Hoe je zo’n week kiest, lees je in surfkamp in Nederland. Een kind van 10 mag ook mee in een cursus voor volwassenen, zodat ouder en kind samen les hebben. Kinderen leren windsurfen trouwens sneller dan volwassenen. Wat er voor de jeugd van 10 tot en met 18 is, staat op de pagina YouthFreak.
Eén ding doet Jip niet: een kind op een windsup zetten, een supboard met een zeiltje erop. Kinderen leren bij hem altijd op een echt windsurfboard. Wil je kind windsurfen, dan leert het windsurfen. Wil het peddelen, dan gaat het suppen.
Suppen vanaf 8: de rustigste start
Een supboard is breed en stabiel. Je kind staat of knielt erop en peddelt zelf. Bij veel wind heeft een kind van 8 of 9 nog te weinig kracht, dus kies een rustige dag: eerst snappen, dan pas kracht. Valt het, dan blijft het board dichtbij, want het zit met een leash aan de enkel. Eén board, één peddel, één opdracht tegelijk: voor een kind van 8 is dat te overzien. Ga je samen het water op, lees dan eerst suppen met kinderen.

Wingfoilen vanaf welke leeftijd? 12 jaar
Bij wingfoilen houdt je kind een wing in de handen, dat is de motor. Onder de voeten zit een board met een foil: een mast met vleugels die het board uit het water tilt zodra er snelheid is. Wing en board moeten tegelijk goed gaan. Van een vliegend board val je bovendien van hoger. In de les draagt je kind daarom een helm en een impactvest. Wat de sport precies is, lees je in wat is wingfoilen.

Is je kind 10 en wil het straks wingen? Laat het dan eerst windsurfen. Daar leert het hoe wind werkt en wat een vlaag doet, en dat neemt het mee naar de wing. De wingfoilpagina geeft hetzelfde advies.
eFoilen vanaf 16
Een eFoil heeft geen wind nodig. Een elektrische motor aan de mast geeft vaart, en je kind regelt het gas met een remote in de hand. De grens ligt op 16 jaar en volgt uit het Binnenvaartpolitiereglement, de regels voor varen op binnenwater. De snelheid komt uit een knop, dus je kind moet zelf weten wanneer het gas terug moet. Een helm en een impactvest horen bij de uitrusting.
Veilig op het water: zwemmen, begeleiding en kou
Zwemmen
Zwemvaardigheid is verplicht voor elke sport, van suppen tot eFoilen. Aan het Valkenburgse Meer geef je als ouder zelf aan dat je kind kan zwemmen, en daar ben je ook verantwoordelijk voor. Minimaal zwemdiploma A, en liever meer. Kinderzwemvesten heeft de school niet, en dat blijft zo: je kind moet zelf kunnen zwemmen. Valt je kind, dan drijft het wetsuit mee en ligt het board ernaast.
Het water en de begeleiding
Het Valkenburgse Meer is afgesloten water. Er staat geen stroming, er zijn geen golven en er vaart geen beroepsvaart. Dat is het grote verschil met de zee bij Katwijk, een paar kilometer verderop. Of de les doorgaat, beslis je niet zelf op de kant: de avond ervoor krijg je per mail een GO of een no-GO. Bij windsurfen en suppen draagt je kind in de les geen helm of impactvest. Die horen bij wingfoilen en eFoilen, waar er een foil onder het board zit.
Kou
Kinderen koelen sneller af dan volwassenen. Ze hebben veel huid voor weinig massa. Jip ziet het omslagpunt begin oktober: zodra het waait en regent, krijgen kinderen het in de les koud. Een wetsuit zit bij elke les, dat regel je niet zelf.
Wat je wel regelt, is het kwartier erna. Een kind in een nat pak op de kant, met wind erop, koelt snel af. Water koelt je sneller af dan lucht, en met wind erbij wordt het helemaal koud. Geef een warme trui mee, en een poncho als je die hebt, want die verhuurt de school niet. Hoe warm het meer per maand is, staat in watertemperatuur per maand.
Oud genoeg, en dan?
Een leeftijd is een ondergrens, geen garantie. Bij windsurfen ziet Jip het aan het zeil: een kind is er klaar voor als het dat net aan kan ophijsen. In het begin wil hij dat een kind maar de helft van zijn kracht gebruikt. De rest van het brein is nodig voor de motoriek, en die is nog belangrijker.
Je kind moet ook zelfredzaam zijn. Er ligt geen bootje klaar. Het moet dus begrijpen wat de instructeur zegt en dat doen, ook als die wat strenger is. En de vraag die alleen jij kunt beantwoorden: wil je kind het zelf, of wil jij het vooral?
Weet je niet waar je kind het best begint? Bel of mail de school.



