Je staat op het gras bij het Valkenburgse Meer en ziet vier sporten tegelijk. Een supper peddelt langs de kant, een windsurfer trekt zijn zeil uit het water, iemand hangt onder een wing en een eFoiler zweeft voorbij. Welke watersport past bij jou? Zoek je rust of ga je met het hele gezin, kies suppen. Wil je een windsport die de basis legt voor de rest, kies windsurfen. Wil je vliegen en neem je een steilere start voor lief, kies wingfoilen. Wil je vliegen zonder wind, kies eFoilen.

De vier naast elkaar

SuppenWindsurfenWingfoileneFoilen
Vanaf8 jaar10 jaar in een groep, 8 met een privéles12 jaar16 jaar
Windniet nodig, liever weinigvanaf windkracht 2nodig om los te komenniet nodig
Na één lesje eerste metersbinnen twee uur op het watereerste meters op een groot, stabiel boardje vliegt
Zelfstandig na1 tot 2 lessenongeveer 4 lessenverschilt sterk per persoonveel sneller: vaak sta je in de eerste les al
Daarnazelf een sup huren op het meerzelf een beginnerset hurenlessen afwisselen met hurenin 3 lessen scherper door de bocht en radicaler, op een kleiner board

Zwemmen moet je bij alle vier kunnen. Bij een les krijg je een wetsuit; neem zelf zwemkleding en een handdoek mee. Gaat het om een kind, lees dan eerst vanaf welke leeftijd. Met het gezin beslist de jongste.

Drie vragen voor je kiest

  1. Wil je afhankelijk zijn van wind? Suppen en eFoilen doe je ook als het meer spiegelglad is. Windsurfen en wingfoilen niet, al is het op het Valkenburgse Meer bijna nooit echt windstil. Ook de richting telt: bij oostenwind moet het hard waaien voordat er op het meer genoeg wind staat voor een wingles.
  2. Wat wil je na een paar lessen kunnen? Rustig een rondje varen, zelf een zeil beheersen, of boven het water zweven. Dat zijn drie verschillende leerpaden.
  3. Wil je het daarna zelf blijven doen? Na een windsurfreeks mag je bij de school meteen zelf een beginnerset huren. Bij wingfoilen begint het oefenen dan pas echt.

Wingfoilen of windsurfen?

Het zijn allebei windsporten en ze zien er allebei goed uit. Het korte antwoord: wil je zo snel mogelijk zelfstandig het meer rond, begin met windsurfen. Wil je vliegen en neem je meer uren voor lief, begin met wingfoilen.

Windsurfen of wingfoilen? Op ons meer kun je ze allebei naast elkaar zien.
Windsurfen of wingfoilen? Op ons meer kun je ze allebei naast elkaar zien.

Waarom windsurfen een goed begin is

Na hooguit twintig minuten op de kant sta je op een groot, breed board met een zwaard eronder. Het ligt stil als jij stilstaat. Het zeil zit met een mastvoet aan je board vast, dus je laat het vallen, haalt adem en trekt het weer op. Na de vierde les ga je, wiebelig begonnen, een rondje over het hele meer. En bij 2 Beaufort heb je al een prima lesdag. Voor een wingles is dat te weinig: die begint pas bij een knoop of 10, zeker voor beginners.

Wat je leert, neem je overal mee: windrichting lezen, voorrang op het water, voelen wanneer een vlaag aankomt. Wie daarna gaat wingen, heeft de wind al in zijn lijf. Jip begon de school in 2012 als windsurfschool, vanuit een bus aan dit meer.

Het zeil optrekken is de eerste keren wel zwaar werk voor je rug en armen. En na de basis komt een tweede drempel: planeren, trapeze, voetbanden. Van startcursus tot planeren rekent Jip op een seizoen van zo’n 18 lessen.

Waarom wingfoilen een goed begin is

Een wing weegt een paar kilo en je houdt hem gewoon in je handen. Laat je hem los, dan is de kracht weg en blijft hij aan zijn leash bij je. Geen mast om op te trekken, geen giek om af te stellen. En dan het vliegen zelf: als de foil het board optilt, valt het geklots onder je board weg en wordt het stil op het water.

De stap van staan naar vliegen is wel steil. Op het moment dat de foil loskomt, regel je met je voeten de hoogte, houd je met je handen de wing in de wind en kijk je vooruit. Onder je board zit een foil met randen, dus bij wingen is een helm de norm. De eerste echte vlucht komt meestal rond de vijfde les.

Hoe die stappen lopen, staat in wingfoilen leren. Wie later zelf een set wil, koopt als beginner vaak een te kleine foil terwijl hij nog niet vliegt. Leren gaat op 1700 tot 2400 cm²; de GearGuide over wingfoil kopen legt uit wat bij welke fase past.

Begin met windsurfen als

  • je kind jonger is dan 12;
  • je binnen een paar lessen zelfstandig het water op wilt;
  • je het ook bij weinig wind leuk wilt hebben.

Begin met wingfoilen als

  • vliegen de reden is dat je hier aan de kant staat;
  • je al een boardsport doet en balans geen probleem is;
  • je het liefst met weinig spullen op pad gaat: een wing past opgevouwen in een tas.

Voor altijd kiezen hoeft niet. Wie eerst windsurft en later gaat wingen, neemt windgevoel, koers en voorrang mee.

Vaak zijn wingfoilcursisten al watersporters, al worden dat er de laatste tijd minder: die zijn inmiddels overgestapt. “Nu komt er echt nieuwe aanwas,” zegt Jip. Je hoeft dus geen windsurfer te zijn om met wingen te beginnen.

En suppen of eFoilen?

Allebei zonder wind, verder tegenpolen. Suppen heeft de laagste drempel: om in de basis zelfstandig te suppen heb je 1 tot 2 lessen nodig. Hoe dat gaat, lees je in suppen leren. Zoek je vooral snelheid, dan word je er niet gelukkig van.

Suppen: de rustigste manier om het water op te gaan.
Suppen: de rustigste manier om het water op te gaan.

Een eFoil heeft een elektrische motor, en jij regelt het gas met een remote in je hand. Binnen één les vlieg je. Je draagt een helm en een impactvest, en neem waterschoenen of oude sneakers mee. Wat je niet leert, is de wind lezen.

Wat Jip zegt als je blijft twijfelen

Kinderen die willen windsurfen, zet Jip altijd op een echt windsurfboard. Wie een tussenvorm overweegt, zoals een sup met een klein zeil erop, krijgt een kort antwoord: huur een windsurfboard, of ga suppen. En kopen komt pas na lessen en huren, dan weet je wat je nodig hebt. Hoe een eerste reeks verloopt, staat bij windsurfles en wingfoilles.

Twijfel je nog? Probeer het gewoon een keer, dan weet je het snel.
Twijfel je nog? Probeer het gewoon een keer, dan weet je het snel.

Welke sport je ook kiest, je valt. “Als je niet valt, ben je ook niet uit je comfortzone gegaan,” zegt Jip. Belangrijker is dat je meters maakt en plezier hebt. Kom je met iemand anders, dan hoeft het niet dezelfde sport te zijn. De een gaat op de sup, de ander op een windsurfboard, en na afloop zit je samen aan de bar.

Kom je er nog niet uit? Bel of mail de school, dan denkt die met je mee.

Jip

Jip Philippi is eigenaar van GearFreak Surfschool en geeft sinds 2012 les op het Valkenburgse Meer. Hij begon met een bus vol windsurfmateriaal aan de oever, liep in 2008 stage bij Hotsails Maui en is opgeleid als industrieel productontwerper en docent. Techniek uitleggen en mensen het water op krijgen: dat is zijn vak.